Variabele rente
Bouwen of verbouwen is een financieel avontuur. Een avontuur, zo waarschuwen sommige specialisten, dat voor een groeiende groep gezinnen slecht dreigt af te lopen. De periode van extreem lage rente lijkt achter de rug. Wie een lening afgesloten heeft met een jaarlijks aanpasbaar tarief zal dat de komende jaren allicht voelen in de portemonnee. Nogal wat gezinnen, waarschuwen sommige experts, zullen hun leninglast zien oplopen tot een peil dat ze niet meer aankunnen. Het huis verkopen dreigt dan de enige oplossing te zijn. John Romain, de man achter het netwerk van Immothekers dat nu al ruim 10 procent van de bouw- en kooplustigen adviseert, relativeert die stelling.
De Belg bouwt bijna zonder er bij na te denken. Het bezit van een eigen huis zit hem zo in de genen dat elke rationaliteit moet wijken. Toch is vastgoed kopen niet zo vanzelfsprekend. Kijk maar naar onze buurlanden, waar een veel groter deel van de bevolking huurt. Maar geld was de jongste jaren abnormaal goedkoop en dus werd er duchtig op los gekocht en gebouwd. De komende maanden en jaren dreigt daar verandering in te komen. Hoe staan die vele duizenden gezinnen en alleenstaanden er voor die de jongste jaren toehapten en aanvaard hebben dat de bank de rente op hun krediet jaarlijks kan aanpassen?Een derde van het gezinsinkomen, dat beschouwen de meeste financiële planners en overigens ook de consumentenorganisaties als het plafond voor de aflossingen in het kader van een woonkrediet. Uiteraard kan dat percentage wat oplopen voor hoge inkomens, want die houden ook met een veel kleiner percentage van hun loon nog meer dan genoeg over om een gezin comfortabel draaiende te houden.
In Frankrijk werken ze met een andere vuistregel. Je mag niet meer lenen dan vier keer het netto jaarinkomen. Ook die vuistregel geldt vooral voor lage- en middeninkomens.
Het is natuurlijk een contradictie dat het precies de hogere inkomens zijn die veel minder moeten lenen. Mogelijk volstaat drie keer hun jaarinkomen al ruimschoots voor een fraaie villa. Terwijl vier of zelfs vijf keer een bescheiden inkomen maar zelden zal volstaan voor een gezinswoning, hoe eenvoudig ook.
Om vooral die laatste groep wat te helpen, heeft de overheid een heel programma klaarstaan van allerhande subsidies. Maar ook daarin schuilt een vreemde contradictie. Om in aanmerking te komen voor de meeste van die programma's, moet je inkomen echt al op het marginale af zijn, en dan volstaan al die steunmaatregelen nagenoeg nooit om je over de drempel te tillen.
Ook hier hebben de hoge inkomens zelden last om hun droom te financieren. De echte ,,sukkelaars'' behoren tot de middenklasse. Hun inkomen ligt ruim te hoog om in aanmerking te komen voor om het even welke overheidssteun, een sociale woning lukt enkel met de nodige politieke steun, en om zich een gewone woning te kunnen permitteren, moeten ze financieel erg diep gaan.
De jongste jaren steekt de rente een handje toe. Lenen om een grond of woning te kopen is nog nooit zo goedkoop geweest, om het even of je nu leent tegen een vast of een variabel tarief. Wie voor dat laatste kiest, moet wel beseffen welke risico's hij neemt. Je leent immers voor een lange periode. Wat als de rente de komende jaren begint te stijgen? Kan het gezinsbudget die last aan?
Wie het ermee eens is dat de bank de rente jaarlijks kan aanpassen aan de evolutie op de kapitaalmarkt, betaalde tijdens de zomermaanden nog zowat 2,6 procent, nu en dan iets meer, vaak nog wat minder. Voor een formule met een rente die 20 jaar onveranderd blijft, rekenden de goedkoopste banken nauwelijks 3,8 procent aan.
Niet verwonderlijk dat de markt afgelopen jaar overspoeld werd door een vloedgolf van herfinancieringen. Drie keer op vier, blijkt uit de cijfers van de Immothekers, wordt daarbij gekozen voor een vaste rente. Gelijk heb je, als het budget niet bestand is tegen een rentestijging. De opluchting in sommige gezinnen zal groot zijn, nu blijkt dat de tarieven de jongste weken duidelijk stijgen.
Wie geleend heeft tegen die 2,6 procent en jaarlijks het risico loopt op een herziening, kan in het slechtste geval vanaf het vierde jaar 5,2 procent betalen. Voor een lening van 100.000 euro stijgt de maandelijkse last daardoor van dik 530 tot meer dan 660 euro. Per jaar betaal je dus in het slechtste scenario zowat 1.600 euro meer dan aanvankelijk voorzien.