donderdag, december 29, 2005

Gasolie en stookolie goedkoper

Woensdag worden gasolie en stookolie goedkoper. De prijsdaling is volgens de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie het gevolg van de dalende noteringen van de olieproducten op de internationale markten.

Door toepassing van de programmaovereenkomst over de verkoopprijzen van de aardolieproducten, gelden vanaf woensdag 28 december 2005 voor volgende producten de hiernavolgende maximumprijzen (btw inbegrepen) :

  • Gasolie wegvervoer zwavelarm 1.0380 (-0.0080) euro/l
  • Gasolie verwarming vanaf 2000l 0.5285 (-0.0119)
  • minder dan 2000l 0.5506 (-0.0119)
  • aan de pomp 0.6340 (-0.0120)
  • Gasolie verwarming extra
  • vanaf 2000l 0.5430 (-0.0072)
  • minder dan 2000l 0.5650 (-0.0072)
  • aan de pomp 0.6490 (-0.0070)
  • Halfzware stookolie 437.30 (-14.32) euro/t
  • Zware stookolie 370.16 (-13.59)
  • Extra zware stookolie max 1 procent zwavel 329.40 (-13.31)

dinsdag, december 27, 2005

Huurprijs verhogen

Verhuurders mogen hun huurprijzen met 2,33 procent verhogen omdat de gezondheidsindex 116,91 punten heeft bereikt. Dat geldt enkel voor contracten die op 1 januari in werking treden.

Voor 1991 mocht de huurprijs slechts worden geïndexeerd als de partijen dat hadden voorzien. Die regel is nog van toepassing op contracten van bepaalde duur, afgesloten voor 28 februari 1991. Vanaf die datum geldt dat een indexatie mag plaatsvinden, ook als die niet voorzien is in het contract.

Het is aan de verhuurder zijn huurder op de hoogte te stellen van een verhoging van de huurprijs. Als de huurder het bijkomende bedrag van de indexatie niet betaalt, heeft de verhuurder een jaar de tijd om het bedrag via het gerecht te vorderen. Dat kan met een verzoekschrift of een dagvaarding voor de vrederechter. Als hij langer wacht, is de huurder het bedrag niet langer verschuldigd. Hetzelfde geldt als de huurder te veel indexatie heeft betaald en dat geld wil terugkrijgen.

Basisformule
De basisformule voor de berekening van de aanpassing van de huurprijzen is: basishuurprijs vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer gedeeld door het aanvangsindexcijfer.

De basishuurprijs is doorgaans de huurprijs die bij aanvang van de huurovereenkomst werd overeengekomen. Het kan echter ook een nieuwe huurprijs zijn die in de loop van de verhuring werd overeengekomen of die uit een vonnis voortkomt. De basishuurprijs mag nooit de door de huurder verschuldigde kosten en lasten bevatten. Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van de maand die voorafgaat aan de maand waarin de basishuurprijs werd vastgesteld. Het gaat om de index van de consumptieprijzen voor de huurprijzen die overeengekomen werden voor 1 februari 1994, de datum waarop de eerste gezondheidsindex werd gepubliceerd. Voor contracten na die datum geldt de gezondheidsindex. De nieuwe index is de gezondheidsindex van de maand die voorafgaat aan de verjaardag van de inwerkingtreding van de huurovereenkomst (en dus niet van de maand van het sluiten van de huurovereenkomst).

vrijdag, december 23, 2005

Pensioensparen

Allicht staat nauwelijks iemand er bij stil, maar dit is al het twintigste jaar dat we aan pensioensparen (kunnen) doen. De formule ging weliswaar pas begin 1987 van start, maar wie voor einde februari van dat jaar geld stortte, mocht dat nog aftrekken van zijn inkomsten van het jaar voordien.

Twintig jaar al laten we de fiscus meebetalen voor een extra-pensioentje. Wie niet meedoet, betaalt elk jaar ruim 300 euro meer belastingen dan nodig. Maar verzekert het pensioensparen je ook van een zorgeloze oude dag?

De waardevermindering van geld is een van de meest onderschatte factoren bij het beheer van een gezinsbudget. Zeker als je met een langetermijnhorizon werkt.

In een periode van hoge inflatie is de geldsluier, zoals economen het bedrieglijke van de nominale geldwaarde omschrijven, allicht doorzichtiger dan tijdens jaren van aanhoudend verwaarloosbare inflatiepercentages, wanneer niemand zich kan inbeelden dat de prijzen in enkele jaren tijd verdubbelen en de koopkracht bijgevolg gehalveerd wordt.

Iemand die begin de jaren zestig begon af te dragen voor een extra pensioen van omgerekend pakweg 100 euro per maand, had toen het vooruitzicht op een verhoging met zowat 50 procent van het wettelijk gegarandeerd minimumpensioen.

Sindsdien is de index met ruim 400 procent gestegen. Voor hetzelfde boodschappenmandje moet je nu vier keer zoveel betalen. De koopkracht van die 100 euro is bijgevolg teruggevallen tot ongeveer een kwart van het verhoopte. Geen leuk vooruitzicht aan de vooravond van je pensionering.

Wacht jonge mensen, die nu aan het begin staan van hun carrière, niet eenzelfde koude douche als zij over pakweg 35 jaar een punt zetten achter hun loopbaan?

Zullen zij moeten vaststellen dat een extra pensioen van bijvoorbeeld 500 euro per maand in het jaar 2040 niets meer voorstelt, omdat een brood tegen dan 6 euro kost, een bescheiden appartement gehuurd wordt voor 2.000 euro per maand en voor een gewone middenklasseauto bijna 50.000 euro moet worden neergeteld?

Alles hangt uiteraard af van de evolutie van de inflatie tijdens die komende 35 jaar. En omdat niemand het economisch gebeuren over zo'n lange periode zelfs maar bij benadering kan voorzien, is voorzichtigheid geboden.

Als vuistregel mag je rustig aannemen dat het vooral oppassen geblazen is met contracten waarin een vast bedrag wordt vooropgesteld.

Een dertigjarige die nu een contract aangaat dat hem binnen 35 jaar een kapitaal garandeert van 125.000 euro denkt misschien dat hij daarmee een aardige appel voor de dorst kweekt, maar wat als een of twee inflatiegolven de appel herleiden tot een uitgedroogd prakje appelmoes?

Als de gemiddelde inflatie tijdens de komende 35 jaar op hetzelfde peil ligt als tijdens de voorbije 35 jaar, vertegenwoordigt die 125.000 euro in 2040 nog de koopkracht van dik 35.000 euro nu.

woensdag, december 21, 2005

Vlaams wegenvignet

Automobilisten die door Vlaanderen rijden, moeten vanaf 2009 een wegenvignet kopen. Dat heeft Vlaams minister van Begroting Dirk Van Mechelen vandaag gezegd.

Het wegenvignet helpt niet tegen files, geeft hij toe. Maar het zorgt er wel voor dat buitenlandse automobilisten meebetalen aan de Vlaamse wegen. Op dit moment betalen alleen de Belgen voor het onderhoud van de wegen, terwijl veel buitenlanders ons land doorkruisen.

Voor het vignet zijn nog veel voorbereidingen nodig. ,,Invoering in januari 2008 is optimistisch, per januari 2009 realistisch'', zei Van Mechelen. Zo is overleg nodig met Wallonië, dat ook een wegenvignet wil.

De Vlaamse regering denkt bovendien aan een kilometerheffing. Maar hiervoor ontbreekt de steun bij de bevolking, zo staat in een verslag dat de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen vandaag presenteerde.

Ook voor rekeningrijden bestaat geen draagvlak, heet het. ,,Er zijn geen alternatieven'', zegt minister van Mobiliteit Kathleen Van Brempt. ,,Niet iedereen raakt met openbaar vervoer op zijn werk. Als je dit in Vlaanderen invoert, straf je hele bevolkingsgroepen.'' kld

dinsdag, december 20, 2005

Fiscale amnestie

Vanaf 1 januari 2006 wordt een nieuwe fiscale amnestieregeling van kracht. Met de Eenmalige Bevrijdende Aangifte (EBA) van twee jaar geleden heeft die niets meer te maken. Hoe zien de krachtlijnen van de nieuwe regeling eruit?

  • Wie berouw heeft over zijn fiscale zonden uit het verleden kan vanaf volgend jaar op een eenvoudige manier weer in het reine komen met de fiscus. De nieuwe regeling biedt de mogelijkheid om ontdoken btw te regulariseren, evenals de belasting op beroepsinkomsten en zogenaamde 'diverse inkomsten'. Tot de derde en laatste categorie behoren alle inkomsten die niet in één van de beide andere categorieën thuishoren, zoals interesten en dividenden, huurgelden en diverse inkomsten. In de praktijk blijkt de regeling vooral geschikt voor het regulariseren van ontdoken belastingen uit die derde categorie, zoals roerende voorheffing, successierechten enzovoort. Enkel bij de regularisatie van 'diverse inkomsten' is namelijk discretie gewaarborgd en blijven de fiscale naheffingen relatief beperkt.
  • Wie gebruik wil maken van de 'fiscale regularisatie' moet zich rechtstreeks richten tot een contactpunt binnen de Federale Overheidsdienst Financiën, dat specifiek daarvoor zal worden opgericht. Bij de regularisatie van beroepsinkomsten en btw-verrichtingen wordt na de regularisatie een kopie van het attest overgemaakt aan de plaatselijke controledienst van de belastingplichtige. Bij de regularisatie van 'diverse inkomsten' is confidentialiteit gewaarborgd en blijft alles binnenskamers.
  • Bij de regularisatie zijn in een eerste fase geen boetes verschuldigd. Om de verschuldigde naheffing te bepalen, berekent het contactpunt gewoon welke 'normale' belastingen verschuldigd waren op de aangegeven inkomsten, rekening houdend met de aard van de inkomsten en de periode waarin ze werden geïnd. Of met een voorbeeld: op niet-aangegeven obligatiecoupons uit 2002 zal een naheffing van 15 procent verschuldigd zijn, verhoogd met de gemeentelijke opcentiemen die van toepassing waren in 2002. Bij de regularisatie van beroepsinkomsten wordt geen rekening meer gehouden met de aftrek van beroepskosten, fiscale vrijstelling, fiscaal aftrekbare uitgaven enzovoort.
  • Voor aangiftes die gedaan worden na 30 juni 2006 wordt een belastingverhoging van 5 procent toegepast. Of met een voorbeeld: bij de regularisatie van niet-aangegeven rente-inkomsten zal naast de roerende voorheffing van 15 procent (plus gemeentelijke opcentiemen) een surplusbelasting van 5 procent worden aangerekend, zodat de totale belasting op 20 procent (plus opcentiemen) komt. Die belastingverhoging wordt opgetrokken tot 10 procent voor de aangiftes die plaatsvinden vanaf 1 januari 2007.
  • Een 'fiscale regularisatie' veegt volledig de spons over de gepleegde fiscale fraude, ook strafrechtelijk. Dat wil zeggen dat de belastingplichtige ook voor de rechtbank niet meer kan vervolgd worden voor de gepleegde fiscale misdrijven. Daar zijn wel enkele uitzonderingen op: De strafrechtelijke immuniteit geldt enkel voor de periode waarin de ontdoken belastingen werden geregulariseerd (en dus niet voor eventuele belastingontduiking in de jaren ervoor, die fiscaal verjaard is en dus niet meer geregulariseerd wordt). Verder geldt de strafrechtelijke immuniteit evenmin voor ernstige en georganiseerde fiscale fraude en voor misdrijven die voorkomen op de lijst van de preventieve witwaswet, zoals terrorisme, georganiseerde misdaad, illegale drughandel, illegale handel in wapens, goederen en koopwaar, handel in clandestiene werkkrachten, mensenhandel, exploitatie van prostitutie enzovoort.

Samen met alle andere fiscale nieuwigheden die in oktober werden aangekondigd, zoals de nieuwe bevekbelasting en de verzekeringstaks, maakt deze regeling deel uit van de 'programmawet'. Die 'programmawet' wordt traditioneel rond de jaarwisseling goedgekeurd in het parlement en verschijnt meestal begin januari in het Staatsblad. Vooraleer de wetteksten goedgekeurd en gepubliceerd zijn, kunnen ze in principe nog wijzigen. De politieke consensus over die regeling is echter groot en specialisten gaan ervan uit dat de voorliggende teksten zonder wijzigingen zullen worden goedgekeurd. We houden u in ieder geval op de hoogte...

maandag, december 19, 2005

Fiscale vrijstelling spaarboekje stijgt tot 1.600 euro

De rente-inkomsten op spaarrekeningen zijn volgend jaar tot 1.600 euro vrijgesteld van roerende voorheffing. Dat is 50 euro meer dan dit jaar. Dat schrijft De Tijd.

De verhoging is te danken aan de indexering van de fiscale barema?s, zegt Febelfin, de federatie van het Belgische financiewezen. Dankzij het nieuwe plafond kunnen spaarders volgend jaar bij de grote banken sparen tot 91.429 euro voor ze belast worden. Die banken bieden op hun spaarrekeningen een basisrente van 1,25 procent en een aangroeipremie van 0,50 procent. Kleinere banken bieden hogere spaartarieven, waardoor de spaarder sneller het fiscale plafond bereikt. De rente-inkomsten boven 1.600 euro worden belast tegen 15 procent.

vrijdag, december 16, 2005

Aangroeipremie

Dexia Bank verhoogt tussen 2 januari en 16 februari 2006 de aangroeipremie op haar spaarrekeningen van 0,5 tot 2 procent. De basisrente blijft 1,25 procent. Ook Citibank verhoogt de aangroeipremie tot 2 procent.

Die verhoogde premie geldt voor nieuwe stortingen van minimaal 10.000 euro. De aangroeipremie is verworven als het nieuwe geld gedurende zes opeenvolgende maanden op de rekening blijft staan.

Belasting op beleggingsfondsen

De krachtlijnen over de roerende voorheffing op beleggingsfondsen met meer dan 40 procent vastrentende effecten in portefeuille liggen eindelijk vast. Een opvallende vaststelling: de belegger die in januari en februari volgend jaar overschakelt naar fondsen die een coupon uitkeren (distributiefondsen), recupereert de beurstaks pas als hij de deelbewijzen van zijn distributiefonds twaalf maanden aanhoudt.

Twee maanden nadat de regering de veelbesproken heffing heeft geïntroduceerd, weten de banken eindelijk waar ze aan toe zijn. Maar weten de 1,2 miljoen geviseerde beleggers dat ook? De begrotingsmaatregel uitgeklaard aan de hand van vijf vragen.

Op welke beleggingsfondsen heeft de heffing van 15 procent betrekking?

De begrotingsmaatregel viseert alleen kapitalisatiefondsen die meer dan 40 procent in vastrentende effecten beleggen. De heffing slaat op het vastrentende gedeelte van fondsen met een Europees paspoort.

  • Kapitalisatiefondsen
    . Het gaat om fondsen die hun inkomsten (coupons of dividenden) niet uitkeren. De inkomsten worden opgeteld bij de inventariswaarde van het fonds en brengen op die manier opnieuw rente op.
  • Fondsen met meer dan 40 procent vastrentende effecten.
    De begrotingsmaatregel viseert niet alleen obligatiefondsen. Ook monetaire fondsen die meer dan 40 procent investeren in kortlopende, vastrentende effecten kunnen door de begrotingsmaatregel worden getroffen. Dat is ook het geval voor gemengde fondsen met meer dan 40 procent obligaties of andere vastrentende effecten. Gemengde fondsen zijn beleggingsfondsen die zowel beleggen in aandelen, obligaties als liquiditeiten.
  • Fondsen met een Europees paspoort.
    Het gaat om fondsen die onder de Europese richtlijn voor beleggingsfondsen vallen. Die fondsen kunnen gemakkelijk in de Europese Unie worden verdeeld, zodra ze erkend zijn door een financiële toezichthouder in een van de Europese lidstaten. De meeste obligatiefondsen, aandelenfondsen, monetaire en gemengde fondsen in België bezitten een Europees paspoort. Het gros van de beleggingsfondsen met kapitaalbescherming heeft geen Europees paspoort.

Als u in het bezit bent van een obligatiefonds, monetair fonds of gemengd fonds van het kapitalisatietype met meer dan 40 procent vastrentende effecten is de kans zeer groot dat u vanaf 1 januari 15 procent roerende voorheffing betaalt bij de verkoop van uw fonds. Belangrijk: de heffing slaat op alle vernoemde fondsen die op de Belgische markt worden verdeeld, dus ook op Luxemburgse sicavs die in ons land worden gecommercialiseerd.

De ontwerptekst over de heffing verwijst ook naar de grootvaderclausule. Dat betekent dat de vastrentende effecten waarin de fondsen investeren, slechts belast worden als ze na 1 maart 2001 zijn uitgegeven. De meeste banken geven op hun website een overzicht van al hun fondsen die onder de maatregel vallen.

donderdag, december 15, 2005

Geen vreemde valuta in KBC-kantoren

In de KBC-kantoren zijn sinds maandag geen vreemde valuta meer voor handen. Wie naar het buitenland reist en een vreemde munt nodig heeft, moet die bestellen, meldt De Tijd.

'We hebben de buitenlandse valuta om veiligheidsredenen gecentraliseerd op de hoofdzetel. Nu had ieder kantoor enkele vreemde valuta, maar die lagen daar meestal gewoon te liggen. Dat is niet efficiënt', zegt Stef Leunens, de woordvoerder van KBC. 'Bovendien is de vraag naar vreemde munten de voorbije jaren fors geslonken. Sinds de komst van de euro betalen de meeste mensen in andere Europese landen met hun bankkaart. Alleen wanneer ze een verre reis maken, kloppen ze bij hun kantoor aan voor een vreemde munt. En dan nog. Vaak gebruiken ze hun kredietkaart ter plaatse om te betalen of om geld af te halen.' In de kantoren van de andere grootbanken zijn wel nog zonder bestelling buitenlandse valuta te koop.

woensdag, december 14, 2005

4x4

De fiscale definitie van lichte vrachtwagens wordt vanaf volgend jaar verstrengd. De Vlaamse regering heeft dat met de federale overheid en de andere gewesten afgesproken om ervoor te zorgen dat een aantal grotere wagens die niet als lichte vrachtwagens gebruikt worden nog langer van het fiscaal gunstige regime kunnen genieten.

Voor lichte vrachtwagens is de verkeersbelasting voordeliger en er moet ook geen belasting op inverkeersstelling (BIV) betaald worden. Ook op het vlak van BTW en personenbelastingen zijn er voordelen.

Sinds midden 2003 geldt er een soepelere omschrijving van wat een lichte vrachtwagen is. De lengte van de laadruimte mocht proportioneel een stuk korter zijn, waardoor een aantal 4X4's of grote monovolumewagens mits kleine ingrepen ook van het fiscaal gunstige regime konden genieten.

Volgens Vlaams minister voor Financiën Dirk Van Mechelen ontliepen de drie gewesten samen door de versoepeling zowat 7,8 miljoen euro per jaar aan verkeersbelasting en BIV (beide gewestbelastingen). Voor Vlaanderen gaat het om 4,6 miljoen euro.

In de nieuwe definitie moet de lengte van de laadbak weer de helft van de wielbasis zijn, zoals voordien. Dat moet ervoor zorgen dat vele oneigenlijke lichte vrachtwagens het juiste fiscale regime zullen ondergaan.

Van Mechelen benadrukt dat het fiscaal voordeel blijft bestaan voor wie de lichte vrachtwagen echt voor economische activiteiten gebruikt. De regeling moet echter voorkomen dat wie met een terreinwagen naar de tennisclub rijdt een fiscaal voordeel van bijna 5.000 euro kan krijgen. (Belga)

dinsdag, december 13, 2005

Pensioensparen

Pensioensparen start je best zo vroeg mogelijk, voor zover je er het geld voor hebt. Je kunt het al vanaf je achttiende. Door het kapitalisatie-effect en de vaak bijzonder lange beleggingshorizon loopt de meerwaarde aardig op. De hoge beleggingsgraad in aandelen, vaak tot 70 procent van de portefeuille, levert over een langere periode ook altijd een surplusrendement ten opzichte van vastrentende investeringen.

Wie er bij was van bij de start van het huidige systeem via pensioenspaarfondsen (inkomstenjaar 1987-aanslagjaar 1988), doet een uitzonderlijk goede zaak. Als je elk jaar het maximale bedrag stortte, heb je nu zo'n 20.000 euro gespaard, ruimschoots een verdubbeling van het ingezette kapitaal. En dat is nog zonder het fiscale voordeel gerekend.

Wie vandaag start met pensioensparen en elk jaar het maximale bedrag van 780 euro stort, zal na twintig jaar tegen een gemiddelde opbrengstvoet van 7 procent ruim 31.000 euro bijeengespaard hebben. Ook daarbij is geen rekening gehouden met het fiscale voordeel.

Return pensioenspaarfondsen

naam verdeler rendement percentage

1 jaar 3 jaar 5 jaar 10 jaar aandelen

l Metropolitan Rentastro Fortis 20,6 63,4 32,6 179,5 73,2

l Pricos KBC 17,3 54,2 26,8 166,2 63,5

l Star Fund ING/Dexia 16,3 48,3 27,0 164,2 65,1

l Inter Beurs Hermes Pensioen Dierickx, Leys 19,4 54,8 27,1 160,8 65,3

l Fortis B Pension Fortis 18,2 53,6 30,2 143,8 62,8

l Hermes Pensioenfonds Delen 15,7 50,4 23,5 143,1 70,2

l Record Top Pension Corluy 19,0 67,0 20,2 142,8 76,0

l Dexia Pension Fund Dynamic Dexia 16,0 41,2 14,6 140,2 70,7

l Accent Pension De Maertelaere 16,0 53,4 17,5 107,8 67,0

l Argenta Pensioenspaarfonds Argenta 23,6 80,4 44,8 - 75,0

Klassering volgens prestatie op 10 jaar. Cijfergegevens in procent tot 25 november 2005. Pricos Defensive (KBC) en Dexia Pension Fund Defensive werden respectievelijk in december 2003 en december 2004 gelanceerd en konden daarom, bij gebrek aan voldoende cijfergegevens, niet in deze tabel worden opgenomen.

Minder grijze haren met pensioensparen

De nieuwe fiscale maatregelen omvatten onder meer een uitbreiding van het bedrag dat je kunt investeren in pensioensparen. Voortaan kan elke belastingplichtige 780 euro beleggen in die fiscaalvriendelijke spaarformule in plaats van 620 euro. De formule waarbij belegd wordt in pensioenspaarfondsen is het populairst. Het gamma is beperkt, maar de beheerstijlen verschillen van fonds tot fonds.

Pensioensparen is een vorm van langetermijnsparen waarbij je investeert in risicokapitaal waaraan een fiscaal voordeel is gekoppeld. Een pensioenspaarder moet minstens 18 jaar zijn en maximum 64 jaar. Vanaf inkomstenjaar 2005, dit jaar dus, kan elke belastingplichtige jaarlijks 780 euro beleggen in zo'n formule.

Het gros van de pensioenspaarders kiest voor de investering in daartoe gelanceerde pensioenspaarfondsen, die hun activa in hoofdzaak beleggen in aandelen. De laatste jaren werden echter enkele compartimenten gecreëerd die een defensiever profiel nastreven.

In ruil voor die investering krijgt je als pensioenspaarder een fiscaal voordeel. Vermenigvuldig het jaarlijks gespaarde kapitaal met je verbeterde gemiddelde aanslagvoet en je weet hoeveel belasting- vermindering je krijgt. Die verbeterde gemiddelde aanslagvoet varieert naargelang je inkomen, maar ligt altijd tussen de 30 en 40 procent.

Elk contract dat geopend wordt in het kader van het pensioensparen moet een looptijd hebben van minimaal tien jaar en in die periode moet minstens in vijf verschillende jaren gestort worden. Het opgespaarde kapitaal mag je pas opnemen vanaf je zestigste. Op die verjaardag wordt ook een anticipatieve fiscale heffing verrekend, een heffing op het langetermijnsparen. Die belasting bedraagt 10 procent van het opgebouwde kapitaal. Daarvoor wordt een fictieve berekening gemaakt waarbij de fiscus ervan uitgaat dat elke storting oprent tegen een tarief van 4,75 procent. Als het gemiddelde rendement van die investering hoger ligt dan 4,75 procent, heb je een goede zaak gedaan. Wie verder spaart na zijn zestigste geniet het meeste voordeel. De gestorte kapitalen tussen 60 en 65 jaar worden immers niet meer fiscaal beboet maar de jaarlijkse belastingvermindering blijft wel gelden.

Wie het opgespaarde kapitaal opvraagt voor zijn zestigste, wordt belast tegen een boetetarief van 33 procent. Een uitzondering wordt gemaakt bij overlijden.

De moeilijke beursjaren 2000 tot 2002 hebben duidelijk hun impact gehad op het gedrag van de pensioenspaarder. In 2004 werd voor het eerst een netto uitstroom van kapitaal opgetekend. Dat was het gevolg van de mindere beursprestatie in de periode ervoor, maar ook van de vergrijzing van de bevolking. Vele pensioenspaarders komen op een leeftijd die hen in de mogelijkheid stelt het gespaarde kapitaal op te vragen.

Meer en meer financiële instellingen denken eraan de keuze in pensioenspaarfondsen uit te breiden in de richting van defensievere risicoprofielen. Het gros van de pensioenspaarfondsen is vandaag nog in hoofdzaak in aandelen geïnvesteerd. Gemiddeld is ruim 60 procent van de activa belegd in aandelen. KBC en Dexia lanceerden respectievelijk eind 2003 en eind 2004 twee compartimenten met een overweging in obligaties.

Tot 2004 gold als regel dat pensioenspaarfondsen voor minimaal 30 procent geïnvesteerd moesten zijn in Belgische aandelen. België werd voor die discriminerende maatregel veroordeeld door het Europees Hof en moest de spelregels aanpassen. Voortaan is elke beheerder van een pensioenspaarfonds vrij de hele Europese economische zone als speeldomein te nemen.

Vroeger belegden de pensioenspaarfondsen het gros van de activa in Belgische aandelen. In de betere periodes was ruim 60 procent in Belgische aandelen gespreid, vandaag is dat nog amper 28 procent. Nochtans heeft die uitverkoop onze nationale aandelenmarkt niet onder druk gezet, wat bewijst dat er voldoende institutionele appetijt was naar Belgische waarden. Verwacht wordt dat het percentage Belgische aandelen nog zal zakken. Het uitkoopbod van Suez op Electrabel is de ideale gelegenheid om cash te genereren en daarmee nieuwe buitenlandse participaties bij te kopen.

Het gamma beleggingsfondsen is door de jaren heen niet spectaculair uitgebreid. De meeste financiële instellingen hebben een pensioenspaarfonds in huis. Meestal betreft het een tweede meer conservatief compartiment.

De prestatietabel van de pensioenspaarfondsen mag best gezien worden. Vele compartimenten werden immers opgericht in de beginjaren van het pensioensparen (eind jaren tachtig, begin jaren negentig) en hebben bijgevolg een prachtige beurshausse meegemaakt. Zelfs de crisisjaren 2000 tot 2002 hebben de mooie track record of absolute prestatie niet gekelderd. Sommige pensioenspaarfondsen realiseren over de voorbije tien jaar zelfs een meerwaarde van ruim 150 procent.

De pensioenspaarfondsen met de hoogste weging in aandelen en dan nog vooral Belgische aandelen, scoren het hoogst. Die vaststelling is conform met de statistische gegevens dat een aandeleninvestering over een voldoende lange periode beter rendeert dan een vastrentende belegging. Risico wordt beloond voor zover een ruime beleggingshorizon wordt gerespecteerd.

Koploper over 2005

Het lopende kalenderjaar tot 25 november is Argenta Pensioenspaarfonds de koploper met een return of meerwaarde van 20,2 procent. De hoge beleggingsgraad in aandelen, 75 procent van de portefeuille, ligt aan de basis van het succes. Belgische aandelen maken ruim 50 procent uit van de totale activa, op dit moment het hoogste percentage binnen de pensioenspaarfondsen. In het obligatiegedeelte, amper 18,5 procent van de activa, wordt bijna uitsluitend gekozen voor staatsgaranties. Dat is de rode draad bij de meeste pensioenspaarfondsen.

Koploper op 10 jaar

Over een lange periode is Metropolitan Rentastro duidelijk de primus met een return van 179,5 procent de voorbije tien jaar tot 25 november. Dat fusiefonds, dat na meerdere samensmeltingen deel uitmaakt van het Fortisgamma, heeft altijd voornamelijk belegd in aandelen en plukt daar de vruchten van. Ruim 73 procent van het kapitaal is belegd in aandelen, waarvan 24 procent in België. Fortis, KBC, Electrabel, Dexia en Inbev zijn de grootste participaties.

Hoogste weging in aandelen

Beursvennootschap Corluy, die sinds vorig jaar tot ABN Amro behoort, heeft vandaag de hoogste weging in aandelen (76 procent van de activa). De tien belangrijkste deelnemingen van Record Top Pension Fund zijn goed voor 36 procent van de totale activa. In globale cijfers gaat het in hoofdzaak om investeringen in Belgische staatsleningen. Bij de aandelen zijn Electrabel, Almancora, Fortis, GBL en Dexia.

maandag, december 12, 2005

Spaarboekje

De traditionele eindejaarspromoties op spaarboekjes zijn dit jaar duidelijk wat guller dan anders.


De jongste weken proberen de banken elkaar weer de loef af te steken met een fors hogere rente op het spaarboekje. Tijdelijk zijn nu rendementen te rapen van 3 procent en zelfs iets meer. Dat is bijna het dubbele van de 1,75 procent die de grote banken sinds midden dit jaar bieden.


De grote banken verlaagden de rente op het spaarboekje dit jaar al twee keer. De jongste ronde tariefverlagingen dateert van juli, toen de rente op de geldmarkt net even onder 2 procent was gezakt, een historisch dieptepunt.

Sindsdien is de marktrente opnieuw met meer dan 0,6 procentpunt gestegen. Die stijging geeft de banken meer ademruimte en sommige maken daar nu gebruik van om klanten te lokken.

Zoals steeds bij dergelijke promoties blijft de basisrente onveranderd, maar de aangroeipremie wordt vaak fors opgetrokken. Soms tot het viervoudige van wat tot enkele dagen of weken geleden werd geboden. Aan de getrouwheidspremie, die in de meeste gevallen pas na zes maanden begint te lopen voor geld dat dan nog eens een jaar op de rekening blijft staan, verandert doorgaans niets.

Europabank lijkt het vrijgevigst. Ze biedt 2 procent aangroeipremie bovenop 1,5 procent basisrente, maar enkel voor geld dat tot eind 2006 op de rekening blijft. De aanbieding is beperkt tot 12.500 euro per boekje of 25.000 euro per gezin.

Deutsche Bank is, zoals wel vaker, een geval apart. De bank biedt een kwart punt minder rendement, maar de actie is niet beperkt in de tijd en geldt ook voor bestaande klanten.

Daarnaast bieden de traditionele prijsbrekers op de markt van het spaarboekje al sinds midden dit jaar basisrentes van 2,6 tot 2,8 procent, verhoogd met een symbolische aangroei- en getrouwheidspremie. Interessanter voor beleggers die op zoek zijn naar een investering voor minder dan zes maanden of meer dan een jaar.

Bron: de standaard

zondag, december 11, 2005

Gsm vervangt steenkool in index

Gelezen op de standaard.

Vanaf januari wordt een nieuwe lijst van consumptiegoederen gebruikt voor de indexberekening.

De vernieuwing van de ,,indexkorf'' was al eerder aangekondigd (DS 3 december) , maar het heeft tot afgelopen woensdagavond geduurd vooraleer de vakbonden en werkgeversorganisaties er een akkoord over konden sluiten. Niets staat nog de invoering ervan in de weg, aldus de federale minister van Economische Zaken, Marc Verwilghen (VLD).

De indexkorf is van groot belang voor de lonen en sociale uitkeringen. Want hij meet de evolutie van de prijzen van de consumptiegoederen. Dat inflatiecijfer is de basis voor de (automatische) aanpassing van de lonen en uitkeringen aan de gestegen welvaart.

Maar om een correct beeld van de inflatie te kunnen geven, moet de productenlijst accuraat zijn samengesteld. Om die reden wordt de indexkorf vanaf januari uitgebreid van 481 naar 507 producten.

Behalve om die uitbreiding gaat het vooral om een modernisering. De vorige aanpassing dateert al van 1998 en een reeks nieuwe (elektronische) producten die nu gemeengoed zijn geworden, zoals de gsm, waren dat toen nog niet. Nu wordt de gsm wel opgenomen in de lijst, die gebaseerd is op het huishoudbudgetonderzoek door het NIS, van 2004.

Een aantal producten zoals videorecorders of steenkool werd geschrapt. Bij de 124 nieuwe producten zijn onder meer gsm's, dvd-recorders, pc's en bereide diepvriesmaaltijden terug te vinden. Er zal ook meer rekening gehouden worden met kwaliteitsverbeteringen aan producten, zoals auto's, ook wanneer de verkoopsprijs niet omhoog gaat.

Totnogtoe werd het indexmechanisme om de acht jaar herzien. Maar dat tempo wordt versneld. Voortaan komt er een tweejaarlijkse mini-hervorming, om nieuwe producten op te nemen en rekening te houden met gewijzigd consumptiegedrag.

Het is onduidelijk of de nieuwe methode een effect zal hebben op het inflatiecijfer in januari.

zaterdag, december 10, 2005

Fiscale ontvangsten stijgen sterk

Net zoals in de vorige maanden zijn ook in oktober de doelstellingen inzake fiscale ontvangsten bereikt en zelfs overtroffen, zo kondigt minister van Financiën Didier Reynders (foto: belga) vrijdag aan. De fiscale ontvangsten stegen met 4,8 %, of 359 miljoen euro, ten opzichte van dezelfde periode in 2004.

Dat is 30,4 miljoen meer dan de recentste ramingen. De toename is gelijkmatig verdeeld tussen de directe belastingen (+ 180,9 miljoen) en indirecte belastingen (+178,0 miljoen).

Opmerkelijk is vooral de stijging van de BTW-ontvangsten (+ 129,2 miljoen of + 7,5%) en van de voorafbetalingen (+ 101,2 miljoen of + 6,3%), twee betekenisvolle indicatoren van het huidige economisch klimaat. Het lijkt er dus op dat het vertrouwen in de toekomst op peil blijft, en dit zowel bij de consumenten als binnen de bedrijven, aldus de minister.

Na de eerste tien maanden van het jaar laten de fiscale ontvangsten een toename van 5,5% optekenen, d.w.z. een groei van meer dan 3,5 miljard euro. Minister Reynders stelt met genoegen vast dat dankzij deze overtuigende cijfers de meest recente begrotingsdoelstellingen voor de eerste 10 maanden van het jaar bereikt worden.

Bron: Belga

donderdag, december 08, 2005

Inflatie

Hoewel het tijdperk van de goedkope olie definitief voorbij is, lijkt inflatie niet echt een probleem te worden. Niet in de eurozone en evenmin in de Verenigde Staten.

DE explosie van de internationale olieprijs heeft de Amerikaanse economie afgelopen jaar niet onderuit gehaald. Zelfs de eurozone lijkt stand te houden. Niet zo vanzelfsprekend, vindt Anton Brender, de hoofdeconoom van Dexia Asset Management.

,,Kijk eens naar de benzineprijs in de VS. Verdubbeld in achttien maanden. En toch blijft de Amerikaanse economie stevig doorgroeien.''

Je krijgt dan snel de indruk, waarschuwt Brender, dat de VS ongevoelig geworden zijn voor een stijging van de olieprijs. Niets is minder waar. Uit de statistieken blijkt een omgekeerd verband tussen de algemene uitgaven van de consumenten en de benzineprijs. Als je dan weet dat de binnenlandse consumptie in de VS goed is voor 70 procent van het bruto binnenlands product...

En toch is de Amerikaanse economie niet in elkaar geklapt. Dankzij de langetermijnrente. Die daalt als de olieprijs stijgt en omgekeerd. Gewoon omdat er ontspaard wordt om de consumptie toch op peil te houden.

Van die rentedalingen maakt de modale Amerikaan ook prompt gebruik om meer te lenen met zijn huis als onderpand. Die bijkomende leningen leveren nu voor een modaal gezin al bijna 8 procent van het beschikbaar inkomen.

Per saldo ontsparen de Amerikaanse gezinnen nu al ongeveer 5 procent per jaar. De vraag is natuurlijk hoe lang ze dat kunnen volhouden, zeker als de rente blijft stijgen. Gelukkig blijken wel steeds meer Amerikanen een baan te hebben en zijn ook de lonen de jongste jaren gestegen.

Aan de kant van de bedrijven stemt het gezondheidsbulletin Brender bijna euforisch. Een lagere schuldenlast, fors gestegen winsten en erg goed gevulde orderboekjes, wat wil een economist nog meer?

Bovendien heeft de regering voor de wederopbouw na de doortocht van de jongste orkanen een budget uitgetrokken dat nauwelijks moet onderdoen voor het bedrag dat vrijgemaakt werd na de terreuraanslagen van 9 september.

Als de dollar of de rente de komende maanden geen stokken in de wielen komen steken, zegt Brender, zou de groei in de VS volgend jaar in de buurt van 3,5 procent moeten uitkomen, nagenoeg evenveel dus als dit jaar. Stokken in de wielen betekent dat de dollar niet geleidelijk zou gaan verzwakken tegenover de euro en dat de langetermijnrente verder zou blijven stijgen. ,,Maar dat is niet ons basisscenario''.

En Europa? De autobezitter profiteerde hier voor een keer van de hoge taksen en accijnzen. Die werkten als een buffer en ,,beperkten'' de prijsstijging van benzine en diesel sinds begin 2004 tot zo'n 30 procent.

Maar ook in de eurozone halen de consumenten de buikriem aan om hun oliefactuur te kunnen betalen. Dat wordt in de meeste landen niet echt gecompenseerd door meer kopen op krediet, maar tegenover de verzwakkende binnenlandse vraag staat wel een toenemende export, een neveneffect van de verzwakte euro.

Bovendien profiteert de eurozone veel meer dan de VS en Japan van de ,,recyclage'' van de oliedollars. De Opec heeft dit jaar 80 miljard dollar meer ingevoerd dan in 2004. De eurozone neemt daarvan een kwart voor haar rekening, evenveel als Japan en de VS samen.

Maar spreken van de eurozone is economisch een te zware veralgemening. De prestaties van de lidstaten lopen zo sterk uiteen dat het voor de Europese Centrale Bank onmogelijk is om een monetair beleid te voeren dat iedereen tevreden stelt.

Vooral de landen waar de gezinnen niet aarzelen om te lenen, vooral dan om een huis te bouwen of te kopen, presteerden dit jaar sterk. Zij deden hun voordeel met de extreem lage Europese rente. Spanje en Ierland zagen hun binnenlandse vraag daardoor zelfs sneller stijgen dan die in de VS.

Per saldo wordt de groei van de eurozone door slechts enkele landen geschraagd. Frankrijk en Spanje samen zijn dit jaar goed voor één procent groei van de hele zone. Duitsland, Nederland en Italië leveren nagenoeg geen bijdrage.

Maar ook hier zijn de bedrijven er in geslaagd hun schuldgraad drastisch te verlagen. Bovendien is het weer erg druk op het fusie- en overnamefront. Een teken van vertrouwen, vindt Brender. De bedrijven investeren daardoor ook meer en zijn beter gewapend om de internationale concurrentie aan te kunnen. Dat zou volgend jaar moeten uitmonden in een groei van zowat 2,2 procent voor de hele eurozone.

woensdag, december 07, 2005

Belegger draait op voor taks op levensverzekering

De beleggers en niet de verzekeringsinstellingen moeten vanaf januari de taks van 1,1 procent op de levensverzekeringen betalen. De overheid besliste in oktober een belasting van 1,1 procent te heffen op de levensverzekeringen en verklaarde toen dat de verzekeraars die moesten betalen. Maar in het wetsontwerp dat wordt besproken in het parlement, zijn het nu toch de beleggers die moeten opdraaien voor de taks. Dat meldt De Tijd.

De overheid voorzag in haar begroting een taks van 1,1 procent op de premies uit de levensverzekeringen. De verzekeraars moesten die afdokken. Didier Reynders (MR), de federale minister van Financiën, kondigde toen meteen aan dat hij de instapkosten op de levensverzekeringen ging beperken, zodat de verzekeringsmaatschappijen de belasting niet konden doorrekenen aan hun klanten. Nu blijkt in het wetsontwerp dat het niet de verzekeraars zijn die de taks moeten betalen, maar de klanten. Wie met andere woorden vanaf januari een levensverzekering neemt en hiervoor een premie van 1.000 euro betaalt, zal 1.011 euro moeten afgeven.

Europa

Het kabinet van minister Reynders stelt dat de overheid afzag van een kostenplafond op de levensverzekeringen omdat de verzekeraars de taks op de levensverzekeringen toch vroeg of laat gingen verhalen op hun klanten. Bovendien was een dergelijk plafond in strijd met de Europese concurrentieregels. De verzekeraars hebben de overheid daarop gewezen.

maandag, december 05, 2005

Elektronische betalingen

Er werden zaterdag in België meer dan 3,3 miljoen elektronische betalingen verricht. Een record voor het eerste weekend van december, zegt Banksys vandaag in de kranten Het Laatste Nieuws en De Nieuwe Gazet. Vermoedelijk stemt dat overeen met uitgaven van 167 miljoen euro.

De 3.341.424 zijn geen record voor dit jaar. Op 2 juli werden 3,5 miljoen elektronische betalingen verricht. Dat was de start van de koopjesperiode. Banksys vermoedt echter dat er op 24 december nog meer afhalingen zullen gebeuren, tussen 3,6 en 3,7 miljoen.

zondag, december 04, 2005

Woning aftrekken als beroepskost

Leerkrachten, handelsreizigers, universiteitsprofessoren, journalisten,... en ook alle andere loontrekkenden die regelmatig werk mee naar huis nemen kunnen argumenteren dat ze thuis een werkruimte moeten hebben. Dat kan een aardige aftrekbare kost opleveren.

Afschrijving

Een eerste kost die een werkruimte thuis meebrengt, is de huur of de afschrijving ervan, of althans van het beroepsgedeelte van de woning. Doorgaans wordt de jaarlijkse afschrijving van een woning bepaald op 3 procent van de aanschafwaarde. Kocht u uw woning destijds aan voor ? 125.000 (of ongeveer 5 miljoen frank) dan bedraagt de totale jaarlijkse afschrijving van de volledige woning dus ? 3.750. Het beroepsgedeelte daarvan kan u inbrengen als beroepskost. Maakt uw kantoor bijvoorbeeld één tiende uit van uw woning, dan is één tiende van deze afschrijving toe te wijzen aan uw bureelruimte. In dit voorbeeld is dat dus ? 375. Maar daar moet u nog een tweede correctie op toepassen. Stel bijvoorbeeld dat u uw bureel slechts voor 90 procent beroepshalve gebruikt en voor 10 procent privé (om uw belastingbrief in te vullen, voor uw privé-paperassen,...) dan mag u ook slechts 90 procent van deze 'bureelafschrijging' als beroepskost in aanmerking nemen. Of met de cijfers van het voorbeeld: ? 337,5. Daarmee heeft u al een aardig bedrag aan kosten bij elkaar. Deze gemakkelijke kostenpost heeft wel een keerzijde. Heeft u uw woning voor 10 procent 'fiscaal' afgeschreven, dan heeft dat als gevolg dat de meerwaarde bij een latere herverkoop ook voor 10 procent belastbaar is. Stel bijvoorbeeld dat u de woning die u had aangekocht voor ? 123.946 later herverkoopt voor ? 200.000. U realiseert dan een meerwaarde van ? 76.054. Daarvan moet u dan ? 7.605 aangeven als belastbaar inkomen. De extra personenbelasting die u daarop betaalt, bedraagt ongeveer de helft van dat bedrag. Al wat u door de jaren heen aan belastingen heeft uitgespaard door deze aftrek, betaalt u daarmee misschien wel in één klap terug. En ook voor huurders zit er vaak een addertje onder het gras. Huurcontracten stipuleren wel eens dat het niet toegelaten is de woning beroepshalve te gebruiken (lees: als beroepskost in te brengen). Brengt de huurder de huur in als beroepskost, dan wordt de verhuurder immers zwaarder belast op de huur.

Vaste lasten

De andere bureelkosten die u kan inbrengen zijn wat dat betreft minder gevaarlijk. Zo kan u bijvoorbeeld ook de interesten die u betaalt op uw hypotheeklening inbrengen in dezelfde verhouding als beroepskost. Huurt u uw woning dan kan het beroepsgedeelte van de betaalde huur als kost worden ingebracht. Andere mogelijke kosten waarvan een deel kan worden toegerekend aan uw werkruimte zijn verwarming, elektriciteit, brandverzekering, herstellingen en onderhoud. Voor al deze kosten dient u dezelfde redenering te volgen: bepaal eerst welk gedeelte uw bureel uitmaakt van uw woning (bijvoorbeeld 10 procent) en neem daar vervolgens het beroepsgedeelte van (bijvoorbeeld 90 procent).

Bureelkosten

Naast deze algemene kosten van uw kantoorruimte zijn er ook de specifieke bureelkosten die u in aftrek mag nemen, zoals bureelbenodigdheden, uw computer, antwoordapparaat, fax, printer, gsm,_ Kleine bureelbenodigdheden mag u meteen als kost inbrengen. Grotere zaken moet u in principe afschrijven. Voor computermateriaal is een afschrijftermijn van 3 jaar normaal. Andere zaken kan u bijvoorbeeld op 5 jaar afschrijven. Ook hiervoor moet u echter een onderscheid maken tussen het privé- en het beroepsgebruik. In ons voorbeeld zou u dus 90 procent van al deze kosten als beroepsonkost kunnen inbrengen. U kan natuurlijk altijd argumenteren dat u nooit privé-zaken regelt in uw werkkamer. Maar u zal wellicht minder argwaan en wrevel opwekken bij uw controleur als u wél een privé-gedeelte toegeeft. En dat is vaak meer waard dan het kleine belastingvoordeel dat u zou hebben wanneer u uw werkkamer volledig als professioneel beschouwt. Nemen we opnieuw de cijfers van ons voorbeeld. De afschrijving van uw werkkamer bedraagt ? 375 per jaar. Veronderstel verder dat tien procent van de interestlasten van uw lening uitkomt op ? 200 per jaar. Eenzelfde percentage van uw jaarlijkse brandverzekering en uw verwarmings- en elektriciteitsfactuur komt op ? 150. De kosten voor specifieke bureelbenodigdheden, zoals computer, schrijfmachine, papier, omslagen en postzegels (die u ook wel eens privé gebruikt) komen op ? 750. Dat geeft u een totale bureelkost van ? 1.475. Als u daarvan slechts 90 procent aangeeft als beroepsonkosten, hetzij ? 1.327,50, in plaats van de volle pot, dan kost u dat aan extra belastingen ongeveer ? 75. Voor die prijs kan u een portie goodwill 'kopen' van uw controleur.

zaterdag, december 03, 2005

Gsm, cd en dvd vanaf januari in prijsindex

Vanaf januari worden gsm's, dvd's, cd-branders en andere digitale apparaten in de index van de verbruiksprijzen opgenomen.

De index moet bij de economische realiteit aansluiten en regelmatig herzien worden, gezien het tempo waarin de zaken evolueren, schrijft La Libre Belgique. De index van de consumptieprijzen, die sinds 1920 de stijgingen en dalingen van de prijzen weergeeft, werd voor het laatst in 1996 aangepast, de datum waarop pizza's, cornflakes en andere producten werden toegevoegd aan de korf van goederen en diensten die representatief zijn voor het verbruik.

De korf wordt samengesteld op basis van een enquête bij de Belgische gezinnen. De resultaten worden doorgespeeld aan de indexcommissie, die tegen half december een advies aan de minister van Economie moet overmaken.

vrijdag, december 02, 2005

Verkoop belastingschuld

De verkoop van achterstallige belastingschulden is een groot succes geworden. Maandag start de notering op Euronext.

De operatie bracht de overheid 500 miljoen euro en ze zal volgend jaar gevolgd worden door de effectisering van btw-achterstallen voor een marktbedrag van 500 tot 600 miljoen euro, zeggen goedgeplaatste partijen.

Het is de eerste keer dat de overheid belastingachterstallen verkocht via de techniek van effectisering. Het ging om moeilijk te innen belastingachterstallen met een nominale waarde van 9,5 miljard euro die dus ,,verpakt'' werden en via Fortis Bank in de markt werden geplaatst als rentedragende obligaties voor een bedrag van 500 miljoen euro of slechts 5,26% van de waarde.
,,De overheid heeft op een succesvolle manier haar schulden gediversifieerd en een nieuwe investeringsbasis aangeboord'', zei Didier Lannoy van Fortis.

Institutionele partijen konden kiezen uit twee soorten obligaties. Senior A-obligaties die de hoogste kredietrating kregen (zogenaamd triple A) en Mezannine B-papier dat iets risicovoller is maar toch nog een AA-kwaliteitsstempel kreeg van het kredietagentschap Moody's.

De eerste schijf bestond uit 350 miljoen euro papier en werd 1,7 keer overvraagd door institutionele partijen. Fortis Bank plaatste ze in de markt tegen de driemaandelijkse Euribor-rente plus 7 basispunten.

De B-schijf (150 miljoen) werd 3,5 keer overvraagd en ging tegen Euribor plus 40 basispunten over de toog. Dat is de onderkant van de prijsvork waarmee institutionelen benaderd werden. Op het kabinet van minister van Financiën Didier Reynders (MR) wordt gesproken over ,,een positieve verrassing''.

Voor beide schijven samen was er vraag voor 1,12 miljard euro obligaties. De obligaties worden genoteerd op Euronext Brussel en maken hun beursdebuut op maandag 5 december. Ze werden uitgegeven door een speciaal opgericht effectiseringsvehikel, B-Tra 2005-1. Dat heeft de juridische vorm van een ,,instelling voor belegging in schuldvorderingen''.

Concreet is het B-Tra 2005-1 dat de achterstallige belastingschuld van 9,5 miljard euro voor een ,,habbekrats'' (een twintigste van de nominale waarde) afkocht van de overheid. Het enorme verschil tussen de nominale waarde en het bedrag dat men denkt te kunnen innen, heeft onder meer te maken met het inningsrisico. Sommige vennootschappen met belastingschulden zijn ondertussen failliet, bepaalde privé-personen zijn onvermogend verklaard en andere schulden worden betwist.

Kredietagentschappen hebben een schatting gemaakt van de kwaliteit van de schulden op basis van het historisch inningspatroon. De hoge kredietrating die het papier meekreeg, geeft aan dat er eigenlijk geen twijfel is dat er 500 miljoen gerecupereerd kan worden van de 9,5 miljard. Mocht het toch niet lukken, dan is dat een risico voor de kopers van de obligaties.

Omgekeerd: als er meer geld binnenkomt, wordt dat verdeeld tussen de overheid en een stichting met privaat doel. De obligaties hebben een looptijd tot 2016 maar de ,,gewogen looptijd'' zou maximaal 3,5 jaar bedragen. Opvallend is dat het effectiseringsvehikel zijn activa in pand kan geven, ,,swappen'' (ruilen).

donderdag, december 01, 2005

Meeste gemeenten wijzigen belastingen niet

De meeste Vlaamse gemeenten houden het tarief van hun belangrijkste twee belastingen, de aanvullende personenbelasting (APB) en de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OV), volgend jaar gelijk.

Dat blijkt uit voorlopige gegevens van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG).

Vlaamse vrouw verdient minder

De loonkloof tussen mannen en vrouwen is nog altijd groot. In Vlaanderen verdienen mannelijke werknemers nog altijd 24 procent meer dan vrouwen. Dat meer jonge vrouwen hooggeschoold zijn dan jonge mannen, maakt dit gegeven des te opvallender, blijkt uit het genderzakboekje, dat woensdag werd voorgesteld.

De belangrijkste oorzaken van de loonkloof zijn de studiekeuzes van meisjes na het zesde middelbaar, de vaak beperktere carrièremogelijkheden van vrouwen door zwangerschap en deeltijds werk en het feit dat ze minder doorstromen naar hogere functies dan mannen. Vrouwen worden ook vaak minder betaald dan mannen voor hetzelfde werk.

Vlaams minister van Gelijke Kansen, Kathleen Van Brempt (sp.a), wil van de aanpak van de loonkloof een van haar prioriteiten maken. Er worden bijkomende studies uitgevoerd die de situatie in kaart moeten brengen, er is overleg met de andere betrokken Vlaamse ministers en op federaal niveau moet met de sociale partners worden gepraat. De minister verwijst ook naar het Vlaamse anti-discriminatiedecreet, dat in 2006 van kracht wordt.