dinsdag, augustus 22, 2006

Pensioenhervorming

Minister van pensioenen Tobback heeft onlangs opgeroepen om over een hervorming van het Belgisch pensioenstelsel te beginnen nadenken. Hij vindt dat er slechts één pensioensysteem voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren zou moeten zijn. Volgens hem is het huidig stelsel niet aangepast aan het feit dat veel mensen tegenwoordig gemengde carrières kennen. De pensioenen zouden onoverzichtelijk en onberekenbaar zijn geworden. Daarom moeten we terug naar het tekenbord, om alles wat bestaat in vraag te stellen.

Binnen een tiental jaren moet een jonge man, in welke betrekking dus ook, zijn pensioenopbouw volgens nieuwe spelregels zien verlopen. Weliswaar moeten diegenen die in een bestaand systeem zijn begonnen, de gelegenheid krijgen om hun volle loopbaan in dat systeem te blijven. Een raad van wijzen moet een nieuw stelsel ontwerpen, zodat binnen tien of vijftien jaar iedereen die van school afkomt één stelsel wordt aangeboden.

Dat heeft met personal finance te maken omdat de koopkracht van de wettelijke pensioentoezeggingen vanaf 65 jaar, berekend als een vergelijkbare lijfrente bij een verzekeringsmaatschappij, voor de meeste gezinnen van het land een zéér belangrijk bedrag voorstelt. Voor de groep tot Jan Modaal denke men aan een tegenwaarde van 150.000 tot 300.000 euro, meteen het veruit grootste deel van het totaal vermogen voor die bevolkingsgroep.

Voor de toenemende groep van de vermogende gezinnen van succesvolle ambtenaren, werknemers en zelfstandigen zal het met waarden op 65 jaar gaande van 400.000 tot 700.000 euro, nog zeer vaak de helft tot één derde van het totaal vermogen betekenen.

Als men het economisch gedrag van gezinnen van allerlei komaf nagaat, kan men niet ontsnappen aan de vaststelling dat het wettelijk pensioen door de gezinnen bekeken wordt als slechts een van de vormen waarin ze hun vermogen aanhouden, niet als een extra of een uitzonderlijk gegeven. Er is niet ,,het wettelijk pensioen'' en dan de rest van het vermogen. Gezinnen plannen voor een totaal vermogen.

De kost die men zal gedragen hebben voor dat wettelijk pensioeninkomen zal voor al diegenen tot Jan Modaal relatief bescheiden zijn geweest; een andere manier om te zeggen dat deze groep een goede tot zeer goede return voor zijn bijdragen heeft gekregen. De gezinnen uit de groep van de vermogenden zullen in veel gevallen twee of driemaal meer hebben betaald dan de kostprijs van hun pensioenen. De werknemers- en werkgeversbijdragen zijn veel hoger dan wat nodig is om de loutere pensioenvoorziening van de groep van actieven te financieren.

Er zit dus een belangrijk extern herverdelingsaspect in de pensioenbijdragen, en het zo vaak ingeroepen ,,Mattheuseffect'' (,,aan wie heeft zal gegeven worden'') speelt hier helemaal niet. Die herverdelingskost meer spreiden over het geheel van de bevolking, in plaats van die te beperken tot de actieve werknemers, ware een stap in de goede richting en zou ook bijdragen tot een lagere arbeidskost.

Tobback jr. was overtuigender overgekomen als zijn hervormingsvoorstel ook wat meer ,,beef'' had geboden, en niet de helft van het artikel was aangewend om hoofdzakelijk een pleidooi te houden voor business as usual, namelijk het toekennen van een pensioenbonus hic et nunc, vlak voor de verkiezingen, lekker sociaal nivellerend, opdat iedereen zou weten wie het manna brengt.