Wie na 1 januari 2005 een huis kocht, bouwde of verbouwde, moet vanaf dit jaar rekening houden met een heel nieuwe fiscaliteit. Vanaf aanslagjaar 2006 treedt immers een volledig nieuw systeem in voege voor de fiscale verwerking van het woonkrediet.
Een vast bedrag
Het 'nieuwe' systeem is op het eerste gezicht veel eenvoudiger. Voor leningen aangegaan voor de enige en eigen woning kan één vast bedrag van de belastbare basis afgetrokken worden. In het vakjargon wordt van de woonbonus gesproken. Die woonbonus is een geplafonneerd bedrag voor de kapitaalaflossingen, de intrestbetalingen en de premies voor de levensverzekering samen.
Per (mede)ontlener kan per belastbaar tijdperk een bedrag van maximaal 1.500 euro worden afgetrokken. Dat bedrag wordt geïndexeerd en voor aanslagjaar 2006 bedraagt het 1.870 euro. Het is bovendien onafhankelijk van het beroepsinkomen en kan afgetrokken worden van zodra voor minimaal dit bedrag aan kapitaalaflossingen, intresten en levensverzekeringspremies werd betaald. Indien minder dan 1.870 euro werd betaald, kan slechts dit lagere bedrag in aftrek worden genomen.
Tijdens de eerste tien jaar van het krediet wordt het bedrag van 1.500 euro nog eens verhoogd met 500 euro. Voor aanslagjaar 2006 wordt deze extra aftrek tot 620 euro geïndexeerd. Voor belastingplichtigen met 3 of meer kinderen ten laste op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de lening werd afgesloten, wordt het bedrag tijdens de eerste tien jaar nogmaals verhoogd met 50 euro (of geïndexeerd 60 euro voor aanslagjaar 2006).
De verdeling
Het bedrag van de woonbonus kan voor gehuwden en wettelijk samenwonenden vrij verdeeld worden tussen de partners, evenwel met een maximum van 1.870 euro (+ 620 euro) per persoon en met een minimum van 15% voor de partner met het laagste beroepsinkomen. Dit betekent in de praktijk dat indien de jaarlijkse last van de lening (intresten, kapitaalsaflossingen en levensverzekeringspremies) meer bedraagt dan tweemaal het maximum van 2.490 euro (1.870 euro + 620 euro), elke partner recht heeft op de helft, met een maximum van 2.490 euro. Is de jaarlijkse last van de lening lager dan tweemaal het maximum van 2.490 euro, dan heeft de partner met het hoogste beroepsinkomen recht op een maximum van 2.490 euro en de partner met het laagste beroepsinkomen het restant, met een minimum van 15% van het totale bedrag van de leninglast.
Nieuw of oud systeem?
Enkel voor 'nieuwe' kredieten geldt het systeem van de woonbonus. Onder 'nieuwe' kredieten vallen nieuwe hypothecaire leningen aangegaan vanaf 1 januari 2005 met betrekking tot de enige en eigen woning van de belastingplichtige, op een moment dat er geen bestaande 'oude' lening voor de eigen woning meer is waarvoor nog intresten worden afgetrokken. Als datum waarop de lening werd afgesloten wordt de datum van de voor de notaris verleden authentieke akte genomen.
Wie al een woonkrediet afbetaalt, blijft dit jaar en ook de volgende jaren gewoon met het bestaande 'oude' systeem werken. In dat geval is er nog steeds een belastingvermindering voor de kapitaalaflossingen, de premies van de eraan gekoppelde levensverzekering (schuldsaldoverzekering) en de aftrek voor intresten op het woonkrediet. Gehuwden en wettelijk samenwonenden kunnen onder dat systeem nog steeds op zoek gaan naar de optimale verdeling van die posten over beide partners.
Het mag bovendien niet om 'herfinancieringen' van een oude lening gaan. Herfinancieringen vallen, net zoals de oorspronkelijke lening, onder het 'oude' systeem. Herfinancieringsleningen en kredieten aangegaan vóór 1 januari 2005 maar waarvoor na 1 januari 2005 hypotheekoverdracht is gebeurd, vallen eveneens onder het 'oude' systeem.
De voorwaarden
Om onder het 'nieuwe' systeem te vallen, moet het gaan om een lening voor de enige én eigen (!) woning. Daarnaast blijven de voorwaarden gelden die ook voor het 'oude' systeem al van toepassing waren (o.a. hypothecaire inschrijving, lening afgesloten binnen de Europese Economische Ruimte, minimum looptijd 10 jaar). Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, valt men onherroepelijk buiten het 'nieuwe' systeem. Men valt dan terug in het stelsel van de vermindering voor het langetermijnsparen en de gewone intrestaftrek.